Kinshasa heeft op dit moment ruim 8 miljoen inwoners. Ongeveer een kwart hiervan is tussen de 6 en 12 jaar oud en volgens de Congolese wet leerplichtig. Deze regel wordt niet zo heel nauw genomen, want naar schatting gaat zo'n 50% van de kinderen in Kinshasa daadwerkelijk naar school. Helaas haalt van dit aantal maar 25% de zesde klas van de basisschool.
Na heel veel navraag, en zelfs een gesprek met de Minister van Onderwijs van de provincie Kinshasa, is ons eindelijk duidelijk geworden hoe het onderwijssysteem in elkaar zit. Kinshasa kent ongeveer 3.000 privéscholen, die goedgekeurd moeten zijn door de staat. Daarnaast zijn er 1.300 staatsscholen die onderverdeeld kunnen worden in openbare en conventionele scholen (katholiek, protestant, Leger des Heils, Kimbanguiste etc...).
Het schoolgeld dat aan de overheid moet worden betaald bedraagt op staatsscholen maar 1 euro per jaar. Maar het salaris van de leraren, dat door de overheid wordt betaald, is zo laag dat elke staatsschool een bijdrage voor salaris en vervoer van de leraren aan de leerlingen vraagt. Daardoor bedraagt het schoolgeld op de meeste staatsscholen minstens 30 euro per jaar. Voor Congolezen is dit een enorm bedrag. Dit verklaart waarom maar 50% van de kinderen in Congo naar school gaat, en maar 20% van de leerlingen die naar school gaan het gehele bedrag kan betalen.
Gelet op het lage salaris op staatsscholen werken de beste leraren het liefst op de beter betalende privéscholen. Dit komt het onderwijsniveau op de staatsscholen helaas niet ten goede. In maart 2008 hebben Unesco en Unicef een groot onderzoek gedaan naar de onderwijssituatie in Congo. Eén van de conclusies van dit onderzoek is dat de kinderen op de staatsscholen aanzienlijk minder goed presteren dan de kinderen op de privéscholen. Een andere belangrijke conclusie, die uit dit onderzoek naar voren komt, is dat veel leerlingen in de derde en vierde klas nog niet begrijpend kunnen lezen. De leraren hebben wel een boek waarin het lesprogramma voor het schooljaar is uitgeschreven, maar dat is dan ook alles. De leerlingen hebben geen boeken, zelden schriftjes en krijgen alleen informatie via het schoolbord.
Een ander groot probleem op de staatsscholen is het gebrek aan schoolgebouwen. De meeste staatsscholen delen daarom het gebouw met een andere school. De ene school geeft 's ochtends les, de andere 's middags. Iedere school heeft een eigen directie en eigen leraren. Ook de kwaliteit van de gebouwen is erbarmelijk. Om deze situatie te kunnen verbeteren gaat het Ministerie van Onderwijs graag "partnerships" aan met NGO's en particuliere organisaties zoals Stichting "En Classe". Dankzij dergelijke organisaties zijn de laatste jaren, over de hele stad verspreid, steeds meer gebouwen opgeknapt.